Toen ik in 1978 geboren werd hadden mijn ouders boekenplanken vol science fiction en fantasy-boeken. Dat waren boeken met prachtige, tot de verbeelding sprekende plaatjes van ruimteschepen en exotische landschappen. Ik herinner me dat ik ze las met een zaklamp tot ver nadat mijn ouders naar bed waren. Mijn jeugd was niet altijd een pretje, maar ik keek elke dag uit naar de avond, wanneer ik weer kon vluchten in die verhalen. Ik haalde er zoveel troost uit dat ik nooit last had van het gebrek aan slaap. Ik was verslaafd aan Tolkien, liet me elke keer weer op het verkeerde been zetten door Philip Dick en leefde toe naar elk nieuw deel van Robert Jordan's Wheel of Time-serie.

Achteraf gezien moet het geweldig zijn geweest in de begintijd van de SF/Fantasy auteur te zijn geweest: het ging niet (primair) om goed kunnen schrijven, maar het ging vooral om het verkennen van nieuwe ideeën. Originaliteit was belangrijker dan schrijf vaardigheid. Om diezelfde reden is het vaak een deceptie om boeken uit die tijd terug te lezen: auteurs en hun verhalen zijn nu een flink stuk beter dan toen, net als bands van nu qua techniek de Beatles compleet wegspelen of topsporters van nu niet meer te vergelijken zijn met de sporters van vroeger.

Ik begon al jong met zelf verhalen schrijven (ik denk dat ik 8 was): handgeschreven verhaaltjes van niet meer dan een pagina lang die, als ik ze nu teruglees, een mate van verbeelding lieten zien die verbazingwekkend was voor iemand van die leeftijd, maar zo vol stonden met cliches dat mijn ouders, hoewel ze altijd positief waren, het een uitdaging moeten hebben gevonden om ze elke keer te lezen. Hoewel ze nooit een Nobelprijs voor de literatuur zullen opleveren, gebruik ik nog steeds de ideeen uit die verhalen.

Ik leerde Engels door het spelen van computerspelletjes en toen ik weer begon met schrijven na mijn afstuderen aan de universiteit schreef ik alleen nog maar in het Engels (bijna al mijn Nederlandse verhalen zijn vertalingen). Mijn studententijd was vooral gevuld met de typische onderdelen van een studententijd: bier, liefdesverdriet en in het algemeen in aanraking komen met de last van het ouder worden. Tussendoor, zo mogelijk, las ik een beetje maar niet meer dan nodig was om het vlammetje brandend te houden. Ik voelde geen neiging om te schrijven.

Dat veranderde toen ik een promotietraject begon, waar ik me vier jaar lang in stortte. In een promotietraject moet je wel schrijven, weliswaar wetenschappelijke documenten, maar op de een of andere manier wakkerde dat ook de neiging tot het schrijven van Fantasy en Science Fiction aan. Ik begon mijn eerste boek te schrijven, wat me uiteindelijk 7 jaar gekost heeft. Daarna sloeg het schrijf-virus definitief toe en schreef ik een reeks korte verhalen voordat ik me weer aan een boek waagde. De tweede keer kostte me maar 3 jaar.

Ik schreef nog een paar korte verhalen totdat mijn leven compleet omgegooid werd: Ik kreeg een dochter. Zij inspireert me, en vergroot mijn wereldbeeld. Ze verbaast me en laat me nieuwe dingen zien maar gunt me erg weinig tijd om daadwerkelijk te schrijven. Ik heb verschillende half-afgemaakte verhalen liggen, zowel korte als lange, en nog meer ideeen in mijn hoofd. Als ik dit schrijf is mijn dochter bijna 7 jaar oud en ik beloof dat ik al die verhalen afmaak zodra ze zelf naar school gaat en ik meer tijd heb.

Stijl







Ik ben een groot bewonderaar van Glen Cook's The Black Company boeken, de Malazan boeken van Steven Erikson en Ian Esslemont en zo'n beetje alles van Haruki Murakami en China Mieville. Ik ben altijd uit de buurt gebleven van Terry Pratchett's Diskwereld, maar nu ik al die boeken heb gelezen, ben ik de maatschappijkritiek in die boeken gaan bewonderen. Een laatste invloed die ik moet noemen is Philip Dick. De vele plotwendingen in zijn boeken vormen nog steeds een inspiratie voor mijn eigen verhalen

Proberen je schrijfsels in een hokje te plaatsen is bijna nog moeilijker dan een naam verzinnen voor een kind. Ik zou zeggen dat wat ik schrijf (meestal) geen fantasy is, hoewel de meeste invloeden die ik hierboven noem dat wel zouden doen vermoeden. Als wetenschapper ligt het me beter om science fiction te schrijven, hoewel ik niet denk dat een verhaal het een of het ander is: waar de wetenschap ophoudt, begint de fantasie (of de religie, maar dat is denk ik hetzelfde). Ik denk dat het speculatieve genre op z'n best is in het niemandsland tussen Sf en Fantasy in. Dus geen dwergen, elfen en tovenaars, maar ook geen harde science fiction. Er moet iets te raden overblijven...